1) Geschapen door God
Genesis 1:11-12 Genesis 2:9

2) Gemaakt ter ere van God
Psalm 148:9

3) VERSCHILLENDE SOORTEN
3a) Verschil in hout
Hooglied 2:3

3b) Verschil in aantal
Jesaja 10:19

3c) Vruchtdragend
Nehemia 9:25 Spreuken 2:5 Ezechiël 47:12

3d) Altijd groenen bomen
Psalm 37:35 Jeremia 17:2

3e) Bomen die bladeren laten vallen
Jesaja 6:13

4) Verschil in grootte
Ezechiël 17:24

5) De boom als voedsel voor dieren en insecten
Genesis 1:29-30 Deuteronium 20:19

6) De boom geschapen om de aarde te sieren
Genesis 2:9

7) VERSCHILLENDE DELEN
7a) Wortels
Jeremia 17:8

7b) Stam
Jesaja 11:1 Jesaja 44:19

7c) Takken
Leviticus 23:40 Daniël 4:14

7d) Nieuwe blaadjes
Lukas 21:29-30

7e) Bladeren
Jesaja 6:13 Daniël 4:12 Mattheüs 21:19

7f) Fruit of zaad
Leviticus 27:30 Ezechiël 36:30

8) Elk soort heeft uniek zaak om zich voort te planten
Genesis 1:11-12

9) Het zaad gedragen voor vogels
Ezechiël 17:3 Ezechiël 17:5

10) Gepland door mensen
Leviticus 19:23

11) Elk soort herkenbaar door zijn vrucht
Mattheüs 12:33

12) GEVOED
12a) Door de aarde
Genesis 1:12 Genesis 2:9

12b) Door de regen
Jesaja 44:14

12c) Door het eigen sap
Psalm 104:16

13) Rijk gevoed naast rivieren of stromen van water
Ezechiël 47:12

14) Als de boom is omgehakt ontstaan er nieuwe spruiten die uitgroeien tot takken
Job 14:7

15) Verkocht met het land waar ze op groeien
Genesis 23:17

16) LIJDEN AAN
16a) Sprinkhanen
Exodus 10:5 Exodus 10:15 Deuteronium 28:42

16b) ijzel en vrieskou
Exodus 9:25 Psalm 78:47

16c) Vuur
Joël 1:19

16d) Losgeslagen legers
2 Koningen 19:23 Jesaja 10:34

17) Bieden schaduw op het heetst van de dag
during the heat of the day
Genesis 18:4 Job 40:21

18) WORDEN GEBRUIKT
18a) Worden omgehakt met bijlen
Deuteronium 19:5 Psalm 74:5 Mattheüs 3:10

18b) Om te bouwen
2 Koningen 6:2 2 Kronieken 2:8 2 Kronieken 2:10

18c) Door legers om vestingen te bouwen
Deuteronium 20:20 Jeremia 6:6

18d) Voor het maken van afgoden
Jesaja 40:20 Jesaja 44:14 Jesaja 44:17

18e) Voor brandstof
Jesaja 44:14-16 Mattheüs 3:10

19) God maakt de bomen vruchtdragend om zijn volk te voeden
Leviticus 26:4 Ezechiël 34:27 Joël 2:22

20) God straft door de vruchten van de bomen te laten verwelken
Leviticus 26:20

21) Bomen werden gepland om belangerijke gebeurtenissen te herdenken
Genesis 21:33

22) HET JOODSE VOLK
22a) Mochten geen bomen planten op heilige gronden
Deuteronium 16:21

22b) Mochten geen vruchtdragende bomen omhakken
Deuteronium 20:19

22c) Plaatsten hun tenten onder
Genesis 18:1 Genesis 18:4 Judas 4:5 1 Samuel 22:6

22d) Werden vaak begraven onder
Genesis 35:8 1 Samuel 21:13

22e) Executeerde criminelen bij
Deuteronium 21:22-23 Jozua 10:26 Galaten 3:13 Genesis 40:19

22f) Bomen waar criminele onder werden geexecuteerd werden als onrein gezien
Jesaja 14:19

23) GENOEMD IN DE BIJBEL
23a) Amandelboom
Genesis 43:11 Spreuken 12:5 Jeremia 1:11

23b) Sandelhout
1 Koningen 10:11-12 2 Kronieken 9:10-11

23c) Appelboom
Hooglied 2:3 Hooglied 8:5 Joël 1:12

23d) Ash
Jesaja 44:14

23e) Woekerplant
Psalm 37:35

23f) Box
Jesaja 41:19

23g) Ceder
1 Koningen 10:27

23h) Kastanjeboom
Ezechiël 31:8

23i) Cypres
Jesaja 44:14

23j) Vijg
Deuteronium 8:8

23k) Cypressen
1 Koningen 5:10 2 Koningen 19:23 Psalm 104:17

23l) Braamstruik
1 Koningen 19:4-5

23m) Aloe's
Numeri 24:6

23n) Balsemstruik
2 Samuel 5:23-24

23o) Mirt
Jesaja 41:19 Jesaja 55:13 Zacharia 1:8

23p) Mosterdboom
Mattheüs 13:32

23q) Eik
Jesaja 1:30

23r) Platanen
Jesaja 41:19

23s) Olijf
Deuteronium 6:11

23t) Palmboom
Exodus 15:27

23u) Denneboom
Jesaja 41:19

23v) Granaatappelboom
Deuteronium 8:8 Joël 1:12

23w) Acacia
Exodus 36:20 Jesaja 41:19

23x) Wilde vijgeboom
1 Koningen 10:27 Psalm 78:47 Amos 7:14 Lukas 19:4

23y) Jonge spruit
Jesaja 6:13

23z) Wijnstok
Numeri 6:4 Ezechiël 15:2

23A) Wilg
Jesaja 44:4 Ezechiël 17:5

24) Salomo schreef het verhaal van
1 Koningen 4:33

25) DE BOOM ALS SYMBOOL
25a) Van Christus
Romeinen 11:24 Openbaring 2:7 Openbaring 22:2 Openbaring 22:14

25b) Van wijsheid
Prediker 3:18

25c) Van koningen
Jesaja 10:34 Ezechiël 17:24 Ezechiël 31:7-10 Daniël 4:10-14

25d) Van het leven en de woorden van de rechtvaardigen
Prediker 11:30 Prediker 15:4

25e) (Groenen bomen) van de onschuld van Christus
Lukas 23:31

25f) (Goede vruchtbare bomen) van de heiligen
Numeri 24:6 Psalm 1:3 Jesaja 61:3 Jeremia 17:8 Mattheüs 7:17-18

25g) (Altijd groenen bomen) van de heiligen
Psalm 1:1-3

25h) (De levensduur van bomen) van de voortdurende welvaart van de heiligen
Jesaja 65:22

25i) (Bomen die blad verliezen) van overgebleven christenen
Jesaja 6:13

25j) (Kale bomen) van de goddelozen
Hosea 9:16

25k) (Bomen die blad verliezen) van de daden van de goddelozen
Jesaja 7:2

25l) (Bomen die giftig fruit dragen) van de goddelozen
Mattheüs 7:17-19

25m) (Dorre bomen) van nutteloze personen
Jesaja 56:3

25n) (Dorre bomen) van de dwamen rijp voor oordeel
Lukas 23:31