"…dat gij als God zult zijn, kennende goed en kwaad." (1)
Dit
klinkt als een lovenswaardig en prachtig ideaal – te willen zijn als God.
Wat kan daar nu mis mee zi jn? Maar uit de mond v an satan - die zich
manifesteerde in de gedaante van een slang – was het een misleiding die
eindigde in een ramp voor Adam en Eva, met bittere gevolgen voor al hun
nakomelingen.
Wat was de adder onder het gras waar Adam en Eva aan
ten prooi vielen? Het was de beweegreden - niet uitgesproken, maar onder
de oppervlakte aanwezig - de belofte van onafhankelijkheid. Als je eenmaal
kennis hebt van goed en kwaad, ben je vrij om je eigen beslissingen te
nemen. Je bent dan niet langer afhankelijk van God. Dit aanmatigende
verlangen naar onafhankelijkheid is als een erfenis doorgegeven aan het
hele menselijke ras, dat uit Adam en Eva voortkwam. Het is het
onderscheidende kenmerk van de "oude Adam" - de gevallen, zondige natuur
die sluimert in ieder van ons.
Verschillende wegen naar
onafhankelijkheid
In de geschiedenis zien we dat de mensheid
verschillende wegen heeft gevolgd op zoek naar onafhankelijkheid van God.
De eerste is kennis. In de hof van Eden stonden twee bijzondere bomen - de
boom des levens en de boom van kennis. Toen Adam en Eva zich afkeerden van
de boom des levens en kozen voor de boom van kennis, was dat een breekpunt
in de geschiedenis. Vanaf dat moment is het vergaren van kennis één van de
belangrijkste doelen geworden van de mensheid. De laatste twee, drie
eeuwen zien we dit terug in een steeds groter wordende nadruk op
wetenschap en technologie. (Het Engelse woord voor wetenschap, ‘science',
is afgeleid van het Latijnse ‘scientia', wat ‘kennis' betekent.) Deze
explosie van wetenschap heeft echter niet de meest basale problemen van de
mensheid opgelost: onrechtvaardigheid, wreedheid, oorlog, armoede, ziekte.
In zekere zin heeft ze deze problemen zelfs verergerd. De wetenschap heeft
de mens voorzien van massa-vernietigingswapens die het hele menselijke ras
kunnen wegvagen en de aarde in een oogwenk kunnen veranderen in een
woestenij. Sommige van dit soort wapens zijn zelfs in handen van wrede en
slechte mensen, die niet gehinderd door gevoelens van genade of ethiek, in
staat zijn die wapens te gebruiken.
Een tweede weg die de mensheid
heeft ingeslagen vanuit haar verlangen naar onafhankelijkheid van God,
lijkt op het eerste gezicht misschien wat verrassend. Het is religie. Op
vele verschillende manieren hebben mensen religieuze wetten en systemen
van aanbidding opgezet, die zó compleet zijn en in alles voorzien, dat God
zelf verder niet meer nodig is. Al wat de mens hoeft te doen, is zich
houden aan de regels. Dit geldt voor de manier waarop verschillende
wereldreligies gepraktiseerd worden - zoals het judaïsme, de islam, het
boeddhisme en zelfs bepaalde vormen van het christendom. In al deze
religies kunnen mensen zo tevreden zijn met hun wetten en protocollen, dat
ze onafhankelijk worden van God Zélf. Dit verklaart waarom veel serieuze,
religieuze mensen de grootste moeite hebben met het aanvaarden van de
genade die het evangelie aanbiedt, een genade die niet verdiend kan worden.
Nog
een andere manier waarop mensen onafhankelijkheid van God proberen te
bereiken, is door veel geld en bezittingen te vergaren. Jezus vertelde de
gelijkenis van een rijke boer, wie het zo voor de wind ging, dat hij geen
schuren meer had om zijn oogst in op te slaan. Hij besloot nog grotere
voorraadschuren te bouwen en dan zou hij tot zijn ziel zeggen: ,,Ziel, gij
hebt vele goederen liggen, opgetast voor vele jaren, houd rust, eet, drink
en wees vrolijk.'' Maar God zeide tot hem: ,,Gij dwaas, in deze nacht
wordt uw ziel van u afgeëist en wat gij gereedgemaakt hebt, voor wie zal
het zijn?''(2) In de wereldgeschiedenis zijn ontelbare mensen misleid door
dit verlangen naar onafhankelijkheid en daardoor gevallen in dezelfde
tragische fout. En dit overkomt tot op de dag van vandaag nog steeds
talloze mensen.
De hang naar onafhankelijkheid van God is de
karakteristieke eigenschap van allen behoren tot het koninkrijk van satan
- opstandige engelen, demonen, de gevallen mensheid. Het is ook hét
kenmerk van de ‘wereld', afgaand op het onderscheid dat Jezus maakte ten
aanzien van zijn discipelen: "Zij zijn niet uit de wereld, gelijk Ik niet
uit de wereld ben."(3) In deze zin bestaat 'de wereld' uit alle mensen die
zich nooit onderworpen hebben aan het gezag van de Koning die God heeft
aangesteld - de Heer Jezus Christus. Sommigen van hen zijn ethische,
religieuze mensen, maar als ze worden uitgedaagd om zich naar Gods eis
volledig te onderwerpen aan de heerschappij van Jezus, komt de
onafhankelijke ‘oude mens' naar boven en verwerpen zij Gods aanbod van
redding die alleen door genade komt.
De eenzame, verlaten
mensheid
De hang naar onafhankelijkheid van God scheidt de mens van
Gods andere schepselen, die zonder uitzondering leven in een
vanzelfsprekende, volledige afhankelijkheid van hun Schepper.
Geen
enkel hemellichaam toont ook maar enig verlangen naar onafhankelijkheid.
,,Hij heeft de maan gemaakt voor de seizoenen, de zon weet wanneer zij
onder moet gaan'' (4-KJV). De sterren antwoorden wanneer God hun naam
roept. ,,Hij bepaalt het getal der sterren, Hij roept ze alle bij
name''(5).
Het maakt niet uit hoe de elementen af en toe te keer
gaan, ze gehoorzamen altijd hun Schepper - ,,vuur en hagel, sneeuw en
nevel, gij stormwind, die zijn woord volbrengt''(6). Ditzelfde geldt voor
de dierenwereld. ,,De jonge leeuwen brullen om roof en begeren hun spijze
van God''(7). ,,Daar is de zee, groot en wijd uitgestrekt, waarin gewemel
is, zonder tal, kleine zowel als grote dieren ... Zij alle wachten op U,
dat Gij hun spijze geeft te rechter tijd''(8). Over de vogels zegt Jezus:
,,Uw hemelse Vader voedt ze''(9).
Geen wonder dat de opstandige
mens zich van tijd tot tijd eenzaam en vervreemd voelt van het universum
om hem heen, waarin alle andere schepselen samenleven in onbetwiste
afhankelijkheid van hun Schepper.
De weg terug naar afhankelijkheid
Aan het kruis voorzag Jezus in
een tweeledige oplossing voor onze gevallen staat. Ten eerste onderging
Hij in onze plaats de straf voor onze zonden, waardoor God onze zonden kon
vergeven zonder af te doen aan Zijn rechtvaardigheid. Ten tweede
vereenzelvigde Jezus Zich met de onafhankelijke, egoïstische 'ik', die
onze gevallen natuur beheerst. In Jezus werd deze opstandeling ter dood
gebracht. ,,Onze oude mens (de rebel) is medegekruisigd''(10). Om
discipelen van Jezus te worden, moeten we deze tweeledige voorziening
gebruiken. Allereerst moeten we ons ervan verzekeren dat - door bekering
en geloof - al onze zonden zijn vergeven. Ten tweede moeten we ja zeggen
tegen het doodvonnis dat is uitgesproken over ons rebellerende,
onafhankelijke ego.
Dit zijn de voorwaarden die Jezus stelt aan
discipelschap:
,,Zo zal dus niemand van u, die niet afstand doet
van al wat hij heeft, mijn discipel kunnen zijn''(11). Het woord dat
vertaald is met ‘afstand doen van' kan ook vertaald worden met
‘afscheid nemen van'. Een discipel worden van Jezus betekent afscheid
nemen van alles waar we normaal gesproken ons vertrouwen op zouden
stellen: familie, vrienden, geld, carrière, eer van mensen of status. Pas
als we echt afstand hebben gedaan van deze dingen, dan kan God de dingen
aan ons teruggeven die passen in Zijn plan met ons leven. Maar we zijn
niet langer eigenaars; we zijn slechts rentmeesters, van wie rekenschap wordt
gevraagd over het gebruik van de dingen die Hij ons geeft. Onze
afhankelijkheid is uitsluitend van God.
Soms is er een crisis voor
nodig - of zelfs een ramp - om ons te brengen op de plaats van totale
afhankelijkheid van God. Ik denk aan de reis van Paulus naar Rome, die
beschreven staat in Handelingen 27. God wilde Paulus op een bijzondere
manier gebruiken in Rome, de hoofdstad van het Romeinse Rijk. Als ‘de
apostel voor de heidenen' was hij van unieke betekenis voor de gemeente
daar. Maar Paulus ging op reis als een gevangene in ketenen. Het schip
waarmee hij de reis maakte kwam in zo'n zware storm terecht dat de
opvarenden twee weken lang overdag geen zon en 's nachts geen sterren
zagen. Uiteindelijk leden ze schipbreuk op de ruige kust van Malta. Daar -
of het allemaal nog niet erg genoeg was geweest - werd Paulus gebeten door
een giftige slang! Als God wilde dat Paulus naar Rome ging, waarom
onderging hij dan zulke enorme beproevingen op zijn reis daarheen? Toen ik
hierover nadacht, herinnerde ik me een zinnetje uit Handelingen 27:20:
,,alle
hoop op redding werd ons benomen.''
Dat was het doel van Paulus'
beproevingen: hij moest komen op het punt dat alle hoop was opgegeven.
Paulus kon nu alleen nog maar hopen op God. Toen ontdekte hij door eigen
ervaring dat God voorziet in alles wat nodig is. Hij brengt ons op het
punt van volledige afhankelijkheid van Hem, om ons te laten zien dat we
Hem volledig kunnen vertrouwen. Toen Paulus op dit punt van totale
afhankelijkheid was gekomen, was hij klaar voor zijn bediening onder de christenen
van Rome. Zijn reis had hem voorbereid. Hij vertrouwde niet meer op eigen
kunnen, maar was een overgegeven, beschikbaar instrument om Gods zegen
door te geven aan de christenen in Rome. Wij hebben vaak de neiging te
vergeten dat Paulus niet alleen een apostel was, maar ook een discipel -
onder de discipline en tucht van de Heer.
Langzaam maar zeker -
door de jaren heen - heb ik deze les van totale afhankelijkheid geleerd.
Ik moet toegeven dat ik geen snelle leerling ben geweest. God heeft
verschillende situaties en perioden gebruikt om deze les dieper tot mij
door te laten dringen. Ik heb ontdekt dat hoe meer ik mij afhankelijk weet
van God, hoe meer Hij me verbaast met de resultaten ervan - resultaten die
ik nooit had bereikt zolang ik vertrouwde op mijn eigen inspanningen.
De
overgave van Jacob
Jacob is een persoon uit de bijbel die
letterlijk een lichamelijke worsteling had om zijn onafhankelijkheid op te geven.
Als jonge man was hij sluw, ambitieus en zelfgericht. Hij buitte een
moment van zwakheid van zijn broer Esau uit om het eerstgeboorterecht van
hem te kopen voor een kop soep. En om vervolgens de vaderlijke zegen te
ontvangen (die normaal gesproken samenging met het eerstgeboorterecht)
bedroog hij zijn blinde vader Isaäc en deed zichzelf voor als Esau. Maar
noch het eerstgeboorterecht, noch de zegen deden Jacob veel goed. Om aan
Esau's wraak te ontkomen, vluchtte hij naar Mesopotamië en werd een
vluchteling bij zijn oom Laban. Hier bleek opnieuw hoe sluw hij was. Hij
trouwde de beide dochters van Laban en verkreeg het grootste deel van zijn
vermogen. Toen vertelde de Heer hem dat hij moest terugkeren naar het land
van de belofte. Op de terugweg ontmoette hij een mysterieuze vreemdeling
die de hele nacht met hem worstelde. Tenslotte sloeg de vreemdeling Jacob op
zijn heup (de sterkste spier in zijn lichaam) en Jacob greep zich aan hem
vast in hulpeloze afhankelijkheid.
Pas na deze ontmoeting kon Jacob
echt terugkeren naar zijn erfenis. Maar de rest van zijn leven liep hij mank
- het zichtbare kenmerk van opgegeven onafhankelijkheid. Wie was de
vreemdeling die worstelde met Jacob? Eerst wordt hij een Man genoemd. Maar
de volgende dag zegt Jacob: ,,Ik heb God gezien''(13). Later zei de
profeet Hosea over die ontmoeting: "Hij (Jacob) streed tegen een
engel...(‘de Engel', KJV)"(14)
Dus deze ene persoon was ‘een
Man', ‘God' en ‘een engel' - dat wil zeggen een boodschapper van God. Er
is maar één Mens in het universum die aan deze beschrijving voldoet: een
Man, maar ook God, en ook een boodschapper van God. Het is de Persoon die
in de geschiedenis van de mensheid geopenbaard werd als Jezus van Nazareth
- een Man, God en een boodschapper van God die naar de mensen werd
gestuurd. Jacobs bestemming werd uiteindelijk bepaald door deze
ontmoeting. Hierna, kreeg hij zijn erfenis terug en werd hij verzoend met
zijn broer Esau.
Misschien herkende u iets van uzelf in de ervaring
van Jacob. Ook u hebt geworsteld in eigen kracht om de geestelijke erfenis
te verkrijgen waarvan u voelt dat God die voor u heeft, maar op de één of andere
manier blijft ze buiten uw bereik. Doe wat Jacob deed: geef uzelf restloos
over aan de Heer Jezus Christus.
Hier volgt een gebed dat u zou
kunnen bidden:
Heer Jezus, ik geloof dat U echt mijn redder bent en dat
U een erfenis voor mij heeft.
Maar ik erken dat ik vanuit eigen kracht
deze erfenis probeerde te bemachtigen.
Ik bekeer me! Ik bekeer me van
mijn onafhankelijkheid en ik geef mezelf zonder iets terug te houden
over
aan Uw heerschappij. Vanaf dit moment zal ik alleen maar vertrouwen op Uw genade
die voorziet in alles wat nodig is.
Maar bedenk: vanaf nu kan het
zijn dat u mank loopt!