categorieën

zoeken

recente Blogs

Wake Up Wake Up

authorpic In het boek Wake up! worden bijzondere Bijbelse patronen besproken die de kerken door de eeuwen heen over het hoofd hebben gezien, omdat zij los waren geraakt van hun oorspronkelijke wortels. Dat had ernstige gevolgen. 

Wake up! stelt theologische denkkaders hier en daar ter discussie en neemt je mee op een tocht langs de NASA, de Bijbelse feesten, profetische tijdslijnen en zeer bijzondere patronen, die hoop en nieuw zicht geven op het Koninkrijk van Jezus Christus. Gedetailleerde inzichten in de oude Joodse huwelijksceremonie geven bovendien een haarscherp zicht op de aanstaande hemelse Bruiloft.

Op www.wakeup.nu staan nog meer artikelen over deze Bijbelse patronen.


 Artikelen van deze auteur

Kerst: een goede maar ook menselijke traditie?

Loofhuttenfeest wijst vooruit naar het Vrederijk dat komende is, naar de 7e dag van 1000 jaar. Het is een feest met tradities die Jezus ook gebruikte om naar Zichzelf te verwijzen. In dit artikel willen we enkele uitspraken van Jezus terugplaatsen in de setting van het Loofhuttenfeest en nader “belichten”.

Jezus en de tradities rondom Loofhuttenfeest

Net als alle andere feesten vierde Jezus ook het Loofhuttenfeest. Sommige uitspraken van Jezus kunnen we alleen maar goed begrijpen als we deze plaatsen in de tradities die rondom dat Loofhuttenfeest (door mensen) waren ingesteld. Ook nu zien we dat Jezus zich niet verzet tegen deze tradities. Het paste prima in de oorspronkelijke Sola Scriptura gedachte. Veel tradities versterkten immers de bijbelse betekenis van deze feesten. Twee tradities willen we er graag uitlichten omdat Jezus ze gebruikt om naar Zichzelf te verwijzen. We weten immers dat in Jezus de werkelijkheid is waarnaar de schaduwen van deze feesten vooruitwezen. Voor zover de ontwikkelde tradities deze betekenis versterkten kon Jezus ook aangeven dat ook deze tradities op Hem betrekking hadden, zelfs al was dit ritueel niet direct terug te vinden in de tekst van de Bijbel.

Waterceremonie

Een van de tradities rondom het Loofhuttenfeest was de waterceremonie die elke morgen vroeg werd uitgevoerd in een soort processie. Een gouden kruikvaas werd gevuld met water uit de bron van Siloam en in optocht door de Waterpoort naar de tempel gebracht om daar in een basis bij het altaar te worden uitgegoten met het wijnoffer. Deze optocht van Siloam naar de Tempel werd al juichend, zingend[1] en dansend gedaan, begeleid door een koor en muziekinstrumenten. In de Misjna staat beschreven dat als iemand nog nooit de blijdschap had gezien rondom deze waterceremonie, dan had hij nog nooit blijdschap in zijn leven gezien.[2] De ceremonie was zo vol met blijdschap omdat het symbolisch gedaan werd als een vervulling van een profetisch Bijbelvers:[3]

Dan zult gij met vreugde water scheppen uit de bronnen des heils

De Bijbel vertelt heel precies dat Jezus aanwezig was bij dat Loofhuttenfeest en dat was ook het voorschrift, want het was een van de drie feesten waarop alle mannen naar de tempel in Jeruzalem moesten komen. De 7een laatste dag van het Loofhuttenfeest[4] is ook de grootste dag van het feest (“Hashana Rabba”) en het moet enorm druk zijn geweest in Jeruzalem. Nadat de priesters de steile klim van de bron van Siloam naar de Tempel hebben geleid en het water uitgieten, roept Jezus:

Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien.[5]

Als iemand deze woorden nu zou zeggen, zouden we vreemd opkijken. Maar Jezus sprak deze woorden precies bij de ceremonie waarbij de Israëlieten herdachten dat God in de woestijn hen voorzag van leven-gevend water toen het volk in de wildernis dreigde om te komen van dorst. In feite stelde Jezus hier dat het wonder van de watergevende rots naar Hem verwees. Als we dus de woorden van Jezus terugplaatsen in Zijn context en de setting van die tijd, dan beginnen die woorden tot leven te komen. Paulus zou het later bevestigen, want hij zei dat Christus de meereizende (geestelijke) Rots was in de woestijn[6]. Tijdens die woestijnreis werd Christus daarin niet als zodanig herkend, maar nu maakte Jezus bij het Loofhuttenfeest bekend dat Hij die gever van levend water is, maar dat Hij er ook toen al was als de Christus.

Licht van de Wereld

Johannes maakt nog melding van een andere gebeurtenis die ook op een Loofhuttenfeest plaatsvond[7]. In die tijd was er na zonsondergang nauwelijks meer licht in de straten. Maar volgens de traditie werden op het Loofhuttenfeest volgens het gebruik grote kandelaars aangestoken in de Vrouwenhof van de Tempel. Bij het invallen van de duisternis klommen de priesters met ladders naar deze grote kandelaren die op hoge palen van wel 25 meter boven het tempelplein uitstaken. Elke kandelaar had 4 lampen en de priesters vulden de containers van deze kandelaren steeds met elk 15 liter olie. De lonten van deze lampen waren gemaakt van oude priesterkleding. De lampen schenen zo ver dat er geen plein of steeg in Jeruzalem was die niet verlicht werd, aldus de Talmoed. De Tempel lag verhoogd ten opzichte van een groot deel van de stad, dus het felle schijnsel van die hoge kandelaren moet enorm indrukwekkend zijn geweest. Het grote Licht herinnerde de mensen aan de vuurkolom die hun Gids was geweest door de woestijn. Het was alsof die vuurkolom boven de stad bleef hangen. Het is in deze setting dat Jezus opnieuw nadrukkelijk naar Zichzelf verwijst[8]:

Ik ben het Licht der wereld, wie Mij volgt zal nimmer in de duisternis wandelen, maar hij zal het licht des levens hebben.”

Door deze verwijzing verbond Jezus niet alleen de traditie van het overal in Jeruzalem zichtbare licht van de kandelaren met Zichzelf, Hij liet ook zien dat Hij verbonden was met de achterliggende betekenis van dat Licht of de vuurkolom die meereisde in de woestijn. Die lampen in de Tempel waren slechts schaduwen van een werkelijkheid in Christus. Maar wie had dat begrepen?

Eerder zagen we dat de Bijbel verwijst naar dat Loofhuttenfeest als de geboortedag van Jezus op aarde, als de Engel zegt:

Ik verkondig u grote blijdschap die heel het volk ten deel zal vallen

De woorden van de engel noemen niet toevallig de grote vreugde als centraal thema van het feest, want juist de blijdschap van dat Loofhutten was bedoeld voor alle naties, iedereen was welkom om in die vreugde te delen. Jesaja wees ook al op dat Loofhuttenfeest toen hij profeteerde:

Het volk dat in donkerheid wandelt, ziet een groot licht; over hen die wonen in een land van diepe duisternis, straalt een licht. Gij hebt het volk vermenigvuldigd, zijn vreugde groot gemaakt; het verheugt zich voor uw aangezicht als met de vreugde bij de oogst[9] 

Is dat niet een prachtige vooruitwijzing naar de Messias en naar Loofhutten?

Verplicht blij zijn?

Het Loofhuttenfeest is een feest met een uitdrukkelijk gebod om “vrolijk te zijn”[10]. Dat is nog eens een opdracht!

Maar de vraag blijft waarom er een gebod was om vrolijkheid te laten zien? De gedachte daarbij is dat Gods beschermende wolk van het volk verdween toen Mozes neerdaalde van de berg Sinaï en het volk bezig was het gouden kalf te aanbidden. Nadat Mozes opnieuw was opgeklommen en het volk inkeer (tesjoeva) had laten zien, werd 5 dagen na de dag van terugkomst van Mozes (dus 5 dagen na Grote Verzoendag), begonnen met de bouw van de tabernakel. Die dag werd het Loofhuttenfeest en dat is het feest van de Tabernakels. Dat was het moment waarop God besloot onder de mensen woning te maken en de vuurkolom was het bewijs dat Gods bescherming was teruggekeerd. Alle reden om dat met heel veel blijdschap te gedenken, vandaar het bijbelse gebod! [11]

Precies als de oogst binnen is gehaald en het volk – dat afhankelijk was van de landbouw – in overvloed leefde, werd hun opgedragen in tijdelijke hutten te gaan wonen voor 7 dagen. Juist als de herfst intreedt, de dagen korter en kouder worden en iedereen het comfort van het huis wil opzoeken, wordt hen gevraagd om God 7 dagen te danken voor Zijn oogst, in de wetenschap dat onze tent op aarde ook maar tijdelijk is.

Eindtijd Profetie

Op het Loofhuttenfeest wordt tijdens de lezing van de profeten onder andere Zacharia 14 gelezen. Dat hoofdstuk gaat over het laatst der dagen als de naties van de aarde “verenigd” ten strijde optrekken naar Israël (Jeruzalem). Dan zal de Here zich voor Israël stellen en terugkomen om over de aarde te regeren. Het zal ook het startpunt zijn van het vrederijk dat op aarde zal aanbreken, een periode van 1000 jaar waar het Loofhuttenfeest de voorafschaduwing van is. De 7e “dag” breekt dan aan of de 7e periode van 1000 jaar op Gods Kalender, dat is de Grote Sabbat. Zij die in Yeshua geloven zijn die sabbatsrust al ingegaan, maar er komt ook daadwerkelijk een fysiek vrederijk die deze 7e ‘dag’ van 1000 jaar zal invullen,net zoals we nu al bijna 6 dagen van 1000 jaar achter ons hebben. In dat vrederijk heeft het Loofhuttenfeest opnieuw een belangrijke plaats, want in de profetie van Zacharia 14 wordt beschreven dat alle (!) volken moeten optrekken naar Jeruzalem om de Koning van de wereld te aanbidden. Als volken weigeren naar dat feest te komen, dan zal op hen geen regen vallen. Loofhuttenfeest wordt dus een feest dat ook een scheiding zal aanbrengen tussen volken die gehoorzaam zijn en zij die weigeren.

Het toekomstige Loofhutten in het Nieuwe Testament

In Openbaring 21 staat een beschrijving die alles te maken heeft met de eeuwigheid wanneer de tent van God bij de mensen zal staan en Hij bij hen zal wonen. Dan zullen alle tranen afgewist worden en zal de dood niet meer zijn. Dan zullen alle dingen nieuw gemaakt zijn. Het bijzondere is dat in dit hoofdstuk van Openbaring ook weer verwezen wordt naar die bron als gezegd wordt:[12]

Ik zal de dorstige geven uit de bron van het water des levens, om niet.

Die bron komt onder ons “woning maken” en dan niet meer tijdelijk. Dat is het vooruitzicht van Loofhuttenfeest.

[1] Psalm 120-134
[2] Talmoed Soeka 5:1
[3] Jes. 12:3, zie ook: Millgram, Abraham, Jewish Worship, p. 204.
[4] Zie de nadrukkelijke verwijzing naar die dag in Joh. 7:37
[5] Joh. 7:37-38. Deze stromen van levend water wijzen op de Heilige Geest die zij ontvangen die tot geloof komen (Joh. 7:39)
[6] 1 Kor.10:4b
[7] Joh. 7:2,10
[8] Joh.8:12 lijkt te verwijzen naar de dag die volgt op de laatste grote dag van Loofhutten als Jezus al weer vroeg in de tempel was (Joh. 7:37 en 8:2)
[9] Jes. 9:1-2
[10] Lev.23:40
[11] Talmoed Soeka 11:B
[12] Op. 21:6

We bevinden ons in heel bijzondere maar soms ook verwarrende tijden en het Midden Oosten heeft ook deze zomer de aandacht van de wereld volop opgeëist. Israel wordt omringd door 22 islamitische landen die in totaal 640 keer zo groot als Israel zijn en waarin 60 keer zoveel mensen wonen. De druk en dreiging vanuit deze landen – die zelf steeds meer in chaos verkeren – neemt steeds verder toe en het Westen presteert het om Israel voortdurend met sancties te dreigen. En te midden van die druk gebeurt er iets heel bijzonders: In Israel begint deze maand het sabbatsjaar ( “sjmitta jaar”).

God gebood het volk om na elke periode van 6 jaren het land in het 7e jaar niet te bewerken (Lev.25). Het land was dan een jaar als het ware zonder eigenaar en iedereen mocht er van eten. Dat gebod had God ingesteld zodat zij konden laten zien dat zij in gehoorzaamheid en afhankelijkheid op Zijn Zegen zouden kunnen wachten, zonder daar zelf invloed op uit te oefenen. God verbond er ook daadwerkelijk een belofte aan: bij het naleven van dit gebod zou God hen het jaar voorafgaand aan die sjmitta 3 keer zoveel opbrengst geven en er zou rust en vrede in het land zijn. Maar God waarschuwde ook dat het niet houden van dit afhankelijksgebod rampspoed zou brengen en bij voortdurende ongehoorzaamheid zou de straf 7 keer zo groot zijn. Voor wat dit betreft had het volk zegen en tegenspoed in eigen hand.[1]

Dit sjmitta gebod heeft Israel lange tijd niet gehouden. In de historie waren er tijden dat ze dachten dat welvaart geheel maakbaar was en dat ze eigenhandig hun welvaartstaat konden bouwen. Maar nu klinkt de roep om de instelling van het sjmitta-jaar ook in Israel steeds luider en boeren discussiëren daar met elkaar over de consequenties van die economische afhankelijkheid. De overheid is begonnen dit initiatief te ondersteunen door de boeren, die door het braak liggen van hun landbouwgronden financieel in de problemen komen, enigszins tegemoet te komen. Let wel dat de overheid de allerergste gevolgen probeert weg te nemen, maar een boer die besluit mee te doen aan deze bijbelse instelling moet er van overtuigd zijn dat God uiteindelijk Zijn Zegen aan het houden van dit gebod verbindt, althans aan de hartgesteldheid die aan de basis van dit houden zou moeten liggen. Die overtuiging is hard nodig, omdat de boeren in Israel zich niet in de positie bevinden dat zij zondermeer een jaar zonder oogstopbrengst kunnen. De financiële situatie van de boeren is op dit moment helemaal niet rooskleurig. Bovendien staat de Israëlische overheid budgettair onder druk en moet ze meer dan 30% van haar inkomsten uitgeven aan defensie. Toch belooft God Zelf dat de direct daaraan verbonden zegen voor het houden ook betekent dat “vijf van jullie zullen volstaan om honderd vijanden te verjagen en met honderd van jullie verjaag je er tienduizend”. Wat zou dat betekenen voor de defensie uitgaven?

Het sabbatsjaar begint op het Joodse Nieuwjaar, dat in 2014 begint op 25 September, dezelfde dag als het Bazuinenfeest (Tisjri 1)[2].

 

De les achter het sabbatsjaar

De diepe les achter dit sjmitta-gebod is dat de natuur op zichzelf een illusie is. Het is geen automatisme van seizoenen die zorgen voor een goede oogst, het is de God van de natuur die de natuur regelt en die in staat is de opbrengst van het land in een ander jaar te vermeerderen als mensen in gehoorzaamheid het land gedurende een sabbatsjaar onbewerkt laten. Ten diepste is het de uiting van een erkenning dat de “natuur” niet de schepper is, maar dat de natuur een Meester heeft die aanstuurt.

Net als de opbrengst van ons werk niet minder zal zijn als we een dag in de week rusten, zo zal uiteindelijk de totale opbrengst van het land niet minder zijn als het sabbatsjaar in acht wordt genomen. Daarom is het houden van de wekelijkse rustdag ook ten diepste een erkenning van afhankelijkheid aan de Schepper. God schiep daarom niet alleen de wereld volgens het 6+1 patroon, maar stelde ook de week en de sabbatsjaren op dezelfde manier in. Zodat een voortdurende en meervoudige inscherping gebeurde, precies zoals Hij ook met Zijn feesten voor ogen heeft.

Het in gehoorzaamheid aan de Bijbel instellen van het sabbatsjaar is een mooi initiatief, maar het is ook vooral ver van ons bed. Maar wat zou er gebeuren als we dit in Nederland gingen toepassen? Laten we ons eens indenken dat de overheid in Nederland of België het sabbatsjaar voor de landbouw zou instellen als een principe? Wat zouden christenen daarvan vinden? Zouden we ons direct zorgen maken over de stijgende voedselprijzen of over de werkgelegenheid? Waarschijnlijk zouden hele avonden op TV gevuld worden met stevige paneldiscussies en zouden analisten becijferen hoeveel miljarden de economie zou mislopen. Waarschijnlijk zouden ook veel christenen niet veel nut zien in het instellen van zo’n jaar. Dat is voor vroeger, zou wel eens de gedachte kunnen zijn. God zal ons toch wel zegenen, Hij zit er echt niet op te wachten dat wij het land een jaar niet zullen bebouwen. Hij heeft ons dat land immers als zegen gegeven, zodat we er van mogen genieten! We moeten niet denken dat we Gods zegen kunnen beïnvloeden door ons aan regels te houden. Dat zouden zo maar eens uitspraken kunnen zijn van christenen, terwijl we aan de andere kant wel kunnen begrijpen waarom God vroeger dit gebod instelde. Maar het voelt gewoon niet ‘comfortabel’ om de opbrengst van het land niet te maximeren.

Zouden we bereid zijn om in een sabbatsjaar extra inkomstenbelasting te betalen om onze boeren te ondersteunen? We zouden waarschijnlijk twijfelen bij het invullen van het hokje op dat enquêteformulier. De prijs lijkt vooral hoog. Of misschien zouden we er geen probleem mee hebben als God de garantie zou afgeven dat we er uiteindelijk financieel beter van zouden worden, want dan heet het gewoon een investering met gegarandeerd rendement. Een mooie “winstverdubbelaar”. Als we deze zaak alleen maar zien als een wettelijk voorschrift waaraan Hij in vroegere tijden beloofde Zijn zegen te verbinden, dan zijn we waarschijnlijk geneigd om die regel nu “heel anders en geestelijk” te interpreteren of hem misschien wel als “irrelevant en verouderd” te bestempelen. Maar dan zouden we nooit weten of God misschien die zegen ook wel geeft aan een land buiten Israel dat in geloof in Hem dezelfde stap zet. Want als Hij dat dan toch zou doen, zou dat getuigenis dan niet een grote hulp zijn bij de verkondiging van het evangelie van het Koninkrijk en het maken van de naties tot Zijn discipelen?

Er is overigens ook een rationele reden om het land een jaar rust te geven, omdat de kwaliteit van de grond er door toeneemt. Maar de menselijke ratio verliest het vaak van het verlangen om op korte termijn een zekere opbrengst te realiseren, we strooien liever kunstmest om op korte termijn nog iets meer uit de grond te halen. Dat we steeds meer bestrijdingsmiddelen tegen allerhande ziekten en insecten gebruiken is dan geen punt. En zo is het ook vaak in het leven van niet-boeren: we gebruiken liever een menselijke kunstgreep dan op Hem te vertrouwen. Loslaten is immers niet onze sterkste kant en op onze eigen inspanningen kunnen we rekenen, is de stille gedachte.

Misschien is dit voor ons een interessante overdenking voor de maand van Eloel die ten einde loopt, de maand van “terugkeer” en een maand waarin het geen kwaad kan om naar analogie met Israël onze eigen wegen te overdenken. Want heel binnenkort (op 25 September) staat het eerste van de Najaarsfeesten voor de deur. In die serieuze tijd in de aanloop naar de Grote Verzoendag mogen we ook ruimte maken om over onze motieven na te denken. Want wat houdt “geloven” in. Zijn wij als gelovigen vooral “weters” of willen wij Gods Woord overal, ook in ons beroepsleven en in het maatschappelijk leven, leren doen, in het besef dat Hij Zijn zegen verleent aan wie Zijn Woord in geloof en met de juiste hartsgesteldheid volgen, ook als we geen agrariër zijn? Zou dàt geloof niet uiteindelijk velen voor het evangelie kunnen bereiken?

 

De mate van geloof 

Een Joodse overlevering willen we u niet onthouden: de kern van het wonder van het sabbatsjaar was steeds gerelateerd aan het vertrouwen in God (“bitachon”). Als het vertrouwen in God groot was, dan was de oogst in het jaar dat aan het sabbatsjaar vooraf ging niet groter dan in andere jaren, maar de voedingswaarde van de opbrengst was zo hoog dat het voor 3 jaar voldoende was. Maar als het vertrouwen in God in sommige tijden beperkt was, dan was de fysieke opbrengst van het land 3 keer zo hoog in het jaar dat aan het sabbatsjaar vooraf ging. Bij groot vertrouwen was er eigenlijk sprake van een verborgen wonder, terwijl in het andere geval er sprake was van een zichtbaar wonder. De vraag werd natuurlijk gesteld waarom God bij een gebrek aan vertrouwen in Hem het volk een zichtbaar wonder gaf, terwijl het bij een groot vertrouwen in Hem juist een onzichtbaar wonder was. De les is dat in Gods Plan een open wonder altijd het één na beste is. De mens is geschapen met een keuze vrijheid. Zichtbare wonderen zijn zo overduidelijk dat ze in feite de keuzevrijheid van de mens beperken. Hij kan niet anders dan geloven omdat hij het wonder ziet. Hoe dan ook, God reageert zelfs op een lager vertrouwen in Hem en voorziet de mensen van een zichtbaar wonder dat er voor zorgt dat zij zich voor wat betreft voedselvoorraad veilig voelen. Maar God zoekt mensen die in Hem vertrouwen ook als ze het wonder niet direct zien.

 

Een sjmitta wonder: bekroonde wijn in Israel

Een bijzonder verhaal willen we graag delen: een gelovige wijnbouwer (Ariel ben Sheitreet) had een wijngaard van 4000 jonge druivenplanten in Sichem. Rond 2007, net voor het vorige sabbatsjaar begon, informeerde hij de wijnexperts dat hij zijn druivenstokken een heel sabbatsjaar niet zou aanraken. De wijnexperts waarschuwden hem; het zou de doodsteek worden voor zijn jonge wijngaard. De wijnranken moesten gesnoeid worden en de jonge wijngaard moest juist extra goed verzorgd worden. Als hij dat niet zou doen, zouden de ranken afsterven. De wijnboer informeerde de experts dat hij de Eeuwige geloofde, die beloofde dat de druiven veilig zouden zijn en hij verwachte volgens de belofte een 3x zo hoge productie (Lev 25:21). De experts lachten er wat om, ‘omdat dit eenvoudig weg niet mogelijk was’. Maar toen kwam de oogst: de wijngaard produceerde jaarlijks 4 ton aan druiven, maar in het jaar voorafgaand aan het sabbatsjaar produceerde de wijngaard 14,5 ton. Hoewel de wijnexperts onder de indruk waren van de opbrengst geboden ze de wijnboer de druiven niet voor de wijn te gebruiken omdat de kwaliteit door de hoge productie veel te slecht zou zijn. De wijnbouwer weigerde dit advies op te volgen en in plaats van ze weg te gooien, besloot hij er zelf wijn van te maken.

Wat was het resultaat?

De wijn van deze relatief jonge wijngaard won de Gouden Medaille in Israëls wijncompetitie. Gedurende het daaropvolgende sabbatsjaar rustte de wijnboer. Hij studeerde in de Bijbel en bewerkte zijn wijngaard niet, behalve de benodigde bewatering. In 2010 won hij opnieuw de Gouden Medaille en twee zilveren medailles.

De les is niet dat de wijnboer het sabbatsjaar hield en daardoor de hoofdprijs voor zijn wijn kreeg of dat hij vooraf rekening had gehouden met deze gouden medaille.

 

De wijnboer had allereerst op de Eeuwige gerekend die voor Hem zou zorgen als hij in onzekere tijden een beslissing nam waarmee hij het vertrouwen in Hem stelde boven zijn eigen denken.

Willen wij de sjmitta als ‘een nieuwe wet’ in Nederland invoeren? Zeker niet, want het is een zaak van hartsgesteldheid. Maar wat zouden wij gedaan hebben met het advies van die echte wijnexperts?

En zouden we het getuigenis van Ariël hebben ‘weggeredeneerd?  Toch moeten wij ons altijd de vraag stellen: waarvoor hebben wij eigenlijk geloof?

Het verhaal van Ariel kunt u ook lezen via deze link.

 

[1] Leviticus 26
[2] Op de Hebreeuwse kalender beginnen de feesten in de maand Nisan (maart/april), terwijl het burgerlijke Nieuwjaar en o.a. ook het sabbatsjaar begint in de maand Tisjri (sept./okt.)

Op de vraag wat het bijbelse Pinksterfeest betekent geven we vaak als antwoord dat op die dag de Heilige Geest werd uitgestort. Dit antwoord staat weliswaar sterk in verband met de nieuwe verbondsbetekenis van Pinksteren, maar het feest heeft haar oorsprong meer dan 1500 jaar eerder. De uitstorting van de Heilige Geest vond immers plaats op het al eeuwen bestaande Wekenfeest, dat precies op het moment van de uitstorting van Gods Geest in Jeruzalem werd gevierd.
Het begint dus bij de “ontdekking” dat de discipelen op die Pinksterdag na de Hemelvaart in Jeruzalem waren op de kalenderdag waarop …. het Pinksterfeest(1) wordt gevierd. Dat klinkt logisch, maar het betekent dan ook dat de gebeurtenissen op die bewuste Pinksterdag niet losgekoppeld kunnen worden van de essentie van het feest zoals het al die eeuwen daarvoor al gevierd werd. Waar gaat dit feest dan oorspronkelijk over?

 

Oogstfeest
Het Pinksterfeest is van oudsher een oogstfeest. Want op de dag die volgt na 7 x 7 dagen vanaf het feest waarop eerder de eerstelingen van de gerstoogst voor God waren bewogen in de tempel, worden nu de eerstelingen van de tarweoogst voor God bewogen op het Pinksterfeest(2). Nadat de eerstelingen in de tempel waren geheiligd, kon de hele oogst in het land binnen worden gehaald(3). In die tijd was het Pinksterfeest een van de 3 feesten waarop de mannen werden verwacht in de tempel in Jeruzalem. Het sleutelmoment was 9 uur(4) in de morgen, want dat was het uur waarop de eerstelingengarve van de tarwe (door 2 gezuurde broden) voor God werd bewogen in de tempel(5). Het verslag in Handelingen geeft aan dat precies op dat moment de Heilige Geest werd uitgestort en God daardoor de werkelijkheid van de eerdere schaduw vervulde.

Ontvangen van de Tora
Maar er loopt nog een bijzondere lijn door het Pinksterfeest. Volgens de Joodse overlevering vindt dit Wekenfeest plaats op de kalenderdag waarop Mozes van God de Tora ontving. Deze Wet was ten diepste de tekst van het huwelijksverbond dat God bij de berg Sinaï sloot met het volk van de bevrijde Hebreeuwse slaven. En die Joodse overlevering heeft een stevige basis. In Exodus(6) staat vermeld dat de Hebreeërs op de ‘dag van de 3e maand, op dezelfde dag’ aankwamen in de Sinaï woestijn(7). Dat was 45 dagen na de uittocht. Daarna wordt beschreven dat Mozes de volgende dag de berg op ging en op de 3e dag na aankomst de oudsten bijeen riep om de woorden van God met hen te delen. Twee volle dagen na de ontmoeting met de oudsten, dat wil zeggen op de morgen van de derde dag(8), werd de wet gegeven. Dat bracht hen op de 50e dag.

 

Waarom gebruikte God precies het Pinksterfeest voor de uitstorting ?
Hebben we ons wel eens afgevraagd waarom God na de Hemelvaart precies het Pinksterfeest gebruikte voor de uitstorting van de Heilige Geest en niet een willekeurige andere dag? In het Oude Testament lezen we dat God verscheen op de berg en het volk zag rook en vuur en God kwam met kracht. In het Nieuwe Testament lezen we dat God met vuur en kracht over de gelovigen in de bovenzaal kwam. In het oude testament lezen we dat er door ongeloof 3000 mensen sterven, in het nieuwe testament lezen we dat er – niet toevallig – 3000 door geloof het eeuwig leven vinden.

Het feit dat Gods Geest werd uitgestort op die dag laat zien dat Heilige Geest alles te maken heeft met Gods Wet die het volk Israël ontving op de berg Sinaï.

Je zou kunnen zeggen dat we zonder de ontvangst van Gods Wet op het eerste Pinksterfeest bij de berg Sinaï “wetteloos” zouden zijn geweest. Maar we kunnen ook rustig zeggen dat we zonder Gods Geest op het Pinksterfeest geen hoop zouden hebben om ons aan Gods Instructies te kunnen houden. Wet en Geest horen bij elkaar. Het vuur van Pinksteren en de hulp van de Heilige Geest zijn nodig om God gehoorzaam te kunnen zijn. Komen we er niet steeds meer achter dat de norm van de Wet van Christus(9) ons apart stelt van (de normen in) deze wereld? Zonder die wet past ons geweten en ons normenstelsel zich gaandeweg aan die van de wereld aan. Gelovigen worden geroepen om als groep geheel anders te zijn door hun manier van leven. Hoe weten ze op welke wijze ze “anders” moeten leven, dan door de Instructie van God? Johannes zegt: God liefhebben is zijn geboden bewaren(10). Dus als we ons afvragen hoe we God moeten liefhebben boven alles en onze naaste als onszelf, dan heeft God daar een handboek voor gegeven.

Maar op het Pinksterfeest waarop de Heilige Geest werd uitgestort werd het Nieuwe Verbond verzegeld met de Wet van Christus, die overigens een hogere maatstaf heeft van dezelfde norm om “God lief te hebben boven alles en je naaste als jezelf”. Hoe moeten we daar invulling aan geven als beperkte mensen? Precies daarom kwam God opnieuw op die bewuste Pinksterdag met vuur en kracht. Het was niet Gods Wet en norm maar de mens die moest veranderen. Gods glorie keerde terug én de Heilige Geest die de gelovige zou leiden om Zijn Instructies te kunnen volgen en een geheiligd – apart gezet – volk te zijn. In plaats van een Wet op steen geschreven, wordt Gods Wet op ons hart geschreven……door de inwoning van de Heilige Geest. Zijn Geest leert ons Zijn woord te verstaan zoals het voor ons geldt in het Nieuwe Verbond.

Toen Mozes neerdaalde van de berg beefde het volk door alle donder en bliksemstralen en vuur en rook. Terwijl God een sprekende God is, wilden zij niet dat God tegen hen zou spreken. Was het misschien ruim 1500 jaar later dat God Zijn Geest zond om tegen het volk te zeggen: Dit is wat jullie missen! Ik wil spreken door Mijn woord en door Mijn Geest.

Dat het volk Israël op de 50e dag na de uittocht de Wet van het Verbond ontving brengt ons dus bij een fascinerende parallel met het Pinksterfeest dat meer dan 1500 jaar later werd gevierd, tien dagen na de Hemelvaart van Jezus Christus.

 

Huwelijksverbond
De Tora die het volk ontving bij de berg Sinaï was het huwelijksverbond tussen God en Israel. In Wake Up! wordt uitvoerig beschreven dat de Tora eigenlijk de ketoeba was, de tekst van het contract dat hoorde bij het huwelijksverbond. Toen het huis van Israel afdwaalde door ontrouw (afgoderij) ontving ‘Afkerig Israël’(11) een scheidsbrief. Uiteindelijk werd deze scheidsbrief – als onderdeel van ‘het bewijsstuk dat door zijn inzettingen tegen hen getuigde’- (12) ongedaan gemaakt aan het Kruis van Golgotha en mocht ‘de vrouw’ een vernieuwd ketoebaverbond aangaan.

In het huwelijksritueel dat uitgebreid beschreven wordt in Wake Up blijkt dat de Bruidegom na het tekenen van de ketoeba vertrekt om de bruidskamer in het huis van zijn vader gereed te maken om daarna terug te keren om ook zijn bruid te brengen naar het vaderlijk huis. De geschenken die hij achterlaat voor de bruid zijn het bewijs dat zij bij elkaar horen en de zekerheid dat hij voor haar zal terugkeren. Precies dat is ook wat er op die Pinksterdag gebeurde. Het Nieuwe Verbond met de Bruid werd bevestigd en verzegeld door de uitstorting van de Heilige Geest. Het is onze zekerheid dat Hij zal terugkomen voor Zijn Bruid, waarvan ook de Messiasgelovige heidenen deel van mogen uitmaken.

Het Wekenfeest, ‘Sjavoeot’ in het Hebreeuws, is dus zowel in het Oude als in het Ver- nieuwde Verbond nauw verbonden met Gods handelen om voor Zichzelf een volk apart te zetten. Daar gaat ons Pinksterfeest over en daarom is het de werkelijkheid van het schaduwfeest dat werd gevierd sinds de verbondssluiting bij de berg Sinaï.


Pesach en Pinksteren
We kwamen eerder tot de ontdekking dat Jezus na Zijn opstanding in de vroege morgen van het Eerstelingenfeest na Pesach rond 9 uur in de ochtend als Eersteling werd bewogen in Gods Hemelse Tempel, parallel aan wat gebeurde als schaduw in de aardse tempel te Jeruzalem, of eigenlijk moeten we zeggen dat het aardse ritueel door God zo was opgedragen omdat het daardoor het Hemelse zou reflecteren.

Het schema van het Pinksterfeest begint ook weer niet toevallig met een ritueel, uitgevoerd door de hogepriester. Bij het ochtendoffer op Sjavoeot, rond 9 uur, beweegt de hogepriester – zoals hiervoor aangegeven – twee broden voor God in de tempel. Op precies dat moment waren de discipelen in een bovenkamer aanwezig en brachten zij het offer van hun hart aan God, door gebed en aanbidding. Later op die dag zouden zij naar de tempel gaan, zoals dat aan alle mannen in Israël was opgedragen gedurende de drie pelgrimsfeesten. Het is ons inmiddels duidelijk dat vanaf het moment dat de hogepriester Kajafas uitdrukkelijk tegen de wet in, zijn klederen scheurde, God het offer in de aardse tempel niet meer accepteerde, omdat het ambt van deze hogepriester daardoor formeel was beëindigd. Zo moet het ook geweest zijn op die Pinksterochtend in de tempel. In plaats daarvan accepteerde God het aanbiddingsoffer van de discipelen wél en beantwoordde Hij dat offer met het vuur van Zijn Heilige Geest! Het was de bekrachtiging van Zijn vernieuwde Verbondsrelatie.
Het Pinksterfeest is nadrukkelijk verbonden met het eerdere Pesachfeest, omdat de echte geestelijke bevrijding van Egypte pas kon doorwerken in hart en gedrag van het volk vanaf het moment dat God door Mozes, via de Tora, een nieuwe gemeenschappelijke identiteit aan het volk gaf.
Vlak voor de Babylonische ballingschap lezen we dat Gods Aanwezigheid, die een aanblik geeft van schittering en vuur, de tempel in Jeruzalem verlaat. Maar op die dag van vervulling van het Wekenfeest na Jezus’ Hemelvaart gebeurt er iets groots: met wind en vuur keert Gods aanwezigheid terug, maar niet in het Heilige der Heiligen van de gewone tempel.
De discipelen werden de nieuwe tempel, gebouwd met levende stenen. Omdat God Zijn Naam schrijft op het voorhoofd van zijn dienstknechten, werden vlammen van vuur zichtbaar op het hoofd van de discipelen. De vervulling met Gods Geest in de gelovigen, Die hen wil bijstaan om het Woord op alle terreinen van hun leven tot uitdrukking te brengen, is daarom de enige juiste manier om het Pinksterfeest te vieren, niet alleen in Jeruzalem, maar op de plaats waar ze zijn.
Het Wekenfeest gedenkt mede dat een natie werd geboren bij de berg Sinaï. God daalde neer met vuur en rook om het Verbond met Zijn volk te sluiten. Dat was ook het profetische beeld van het nieuwe Pinksterfeest waarop het vernieuwde Verbond eveneens werd bezegeld met vuur uit de Hemel. Een schitterende parallel.

 

  1. Pinksteren komt van het Griekse woord Pentecost. Penta is “50”. In het Hebreeuws: Shavuot (Wekenfeest)
  2. 23:15-16
  3. Hoewel de feesten verlopen langs de jaarlijkse oogstcyclus waren er in de ruim 40 jaar in de woestijn natuurlijk geen oogsten, zoals later in het Beloofde Land.
  4. 2:15
  5. 23:17
  6. 19:1. Zie ook het hele verslag van dit hoofdstuk.
  7. Sommige vertalingen stellen onterecht dat ze in de 3e maand op dezelfde dag als de uittocht in de woestijn aankwamen (dus op de 15e), waardoor dit al 60 dagen na de uittocht was. Dit komt door een onjuiste vertaling. Het was op de dag dat de 3e maand begon, op dezelfde dag.
  8. 19:16
  9. Zie wat Paulus zegt in 1 Kor. 9:21
  10. 1 Joh. 5:2,3
  11. Het huis van Israel werd in Jeremia 3 “Afkerigheid” genoemd.
  12. Kol. 2:13

site menu

populaire artikelen

Geen populaire artikelen gevonden.

populaire auteurs

Geen populaire auteurs gevonden.